Ongerept (kort verhaal)

23-03-2020

De man nadert langzaam de rand van de bomenrij. Voetje voor voetje schuifelt hij verder. Zijn bewegingen klinken luid in de stilte. Voetafdrukken vermengen zich. Bomen flankeren een weg bedekt met maagdelijke sneeuw. Tussen hun schaduwen weerkaatst het licht van de maan.

Hij huivert en vraagt zich af waarom de besneeuwde weg ongerept is. In de verte flikkeren lichtjes van het dorp. Het lijkt nu niet ver meer. Zijn nieuwe vrienden hadden hem deze weg aangeraden, het zou korter zijn en dus verstandiger met deze kou.

Voorzichtig stapt hij in de pure sneeuw en zakt erin weg tot aan zijn knieƫn. Zijn voeten zuigen vast in een modderige substantie en vinden geen houvast. Zijn schreeuw bevriest in de lucht.

Het begint zachtjes te sneeuwen.